Stelselwijziging biedt geen garantie voor betere zorg

In 2015 vindt de transitie van de jeugdzorg plaats. Vanaf dan worden de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, jeugdbescherming, - reclassering, - GGZ en de zorg aan jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Gemeenten staan dichterbij hun bewoners dan het Rijk en de provincies, is de redenatie achter deze voorgenomen stelselwijziging.

Dat enkel een stelselwijziging geen enkele garantie biedt voor betere zorg aan kinderen en gezinnen, bepleit Annemarie van Dalen in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek van december 2013. Opvallend zijn de overeenkomsten op het gebied van Passend Onderwijs.

Op managementniveau zal de wind uit een andere hoek moeten gaan waaien. De huidige managementsystematiek die nog veel gehanteerd wordt gaat ervan uit dat beleid en uitvoering strikt gescheiden moeten zijn en dat de uitvoerder nauwgezet gecontroleerd moet worden. ‘Meten is weten’ is het leidende principe dat uitgegroeid is tot een hype. Die controlebehoefte zien we ook terug in de huidige indicatiesystematiek om toegang te krijgen tot het Speciaal Onderwijs en in de steeds grotere nadruk op opbrengstgericht werken.

Maar om te kunnen doen wat nodig is voor kinderen en gezinnen hebben jeugdzorgwerkers handelingsruimte nodig die niet bij voorbaat al bezet is door teveel regels. Succesvolle zorgvernieuwers laten teams zelf hun werk organiseren. Dat betekent weinig hiërarchische lagen en brede taken. De uitdaging hierin is om voldoende structuur te verschaffen om een basale orde te creëren maar tegelijkertijd te voorkomen dat de structuur mensen in de weg staat om snel te reageren op veranderingen in de omgeving. Een parallel is te trekken richting de initiatieven die worden genomen om van Passend Onderwijs een succes te maken. Niet de zorg op afstand regelen maar dichtbij de leerling, op school of als het nodig is, binnen het eigen samenwerkingsverband.

Het bewijs van goede jeugdzorg wordt geleverd in de relatie tussen kind, gezin, netwerk en jeugdzorgwerker. Organisaties die echt persoonlijk initiatief en ondernemerschap mogelijk maken, scheppen een ondersteunende omgeving die jeugdzorgwerkers helpen hun verantwoordelijkheid waar te maken.

Het bestuur moet dus minder bezig zijn met managen en sturen en meer met helpen en ondersteunen zodat medewerkers die verantwoordelijkheid waar kunnen maken.

Zorgvernieuwers stellen vanzelfsprekendheden ter discussie op het gebied van bijvoorbeeld indicering en financiering van zorg, zorgafhankelijkheid van kinderen en gezinnen en de positie van de zorgprofessional.

Passend onderwijs en zorg voor jeugd hebben veel raakvlakken. Daarom is goede afstemming tussen schoolbesturen en gemeenten zo belangrijk.

Wanneer de gemeenten hun opdrachtgeverschap op de klassieke manier invullen en innovatieprocessen proberen te sturen via beheersen, controleren en regelen zal er niet veel veranderen in de zorg aan de jeugd. Om te komen tot een echte transformatie van de jeugdzorg moeten alle partijen de moed hebben om de huidige manier van sturen los te laten en nieuwe werkwijzen niet schuwen.

Het onderwijs mag in augustus 2014 al laten zien dat zij zover is. Het is te hopen dat zij meer vertrouwen krijgt en minder controle.