Is het praten? Is het gym? Het is... Praatgym!

Elise Haarman interviewt Rianne van Driel

Gesprekstherapie, sociale vaardigheidstraining, creatieve therapie, dierentherapie… ik kende al veel verschillende behandelmogelijkheden voor kinderen met sociaal-emotionele problemen. Maar Psychomotorische therapie (PMT) was voor mij nog tamelijk onbekend. ABC-4 lid Rianne praat me bij.

Dertig jaar jong en nu al een eigen praktijk. Dat vergt moed!

Die praktijk was er niet van de één op de andere dag, hoor. De papieren voor psychomotorisch therapeut had ik al langer. Toen ik als gymleerkracht bij de Verschoorschool kwam werken voelde ik bij sommige kinderen meteen de behoefte om meer tijd aan het gedrag te besteden. Ik heb toen een brief geschreven aan de adjunctdirecteur met de vraag of er ook ruimte was om PMT te geven. Helaas was hier geen budget voor, maar de behoefte is nooit weggegaan. Toen ik de kans kreeg om het onder mijn eigen naam, maar vanuit de gymzaal van de Verschoorschool te doen met ondersteuning van ABC-4, heb ik de sprong gewaagd.

En… bevalt het?

Ja, het is echt heel erg leuk om te doen. De problematiek van de kinderen is soms best ingewikkeld, dus dat kan je wel bezighouden. Dit maakt het intensief, maar ik krijg heel veel energie van die vooruitgang die ik een kind zie maken. Dit merk ik aan de kinderen zelf, maar ook aan de reacties van ouders en leerkrachten.

Als gymleerkracht zie je natuurlijk regelmatig kinderen die wel wat Praatgym zouden kunnen gebruiken. Hoe worden de leerlingen eigenlijk aangemeld voor Praatgym?

Tot nu waren het de IB’ers of de groepsleerkracht die naar mij hebben verwezen. Eigenlijk zie ik vooral voordelen van mijn dubbele functie: kennismaken hoeft niet meer, want de kinderen kennen me al. Ik heb heel korte lijntjes met groepsleerkrachten en andere therapeuten die hier rondlopen. Voor ouders is het ook erg fijn dat het onder schooltijd kan.

Wat moet ik me voorstellen bij een Praatgymsessie?

Kinderen van de Verschoorschool haal ik zelf op uit de klas. We beginnen altijd met bespreken van hun persoonlijke doel waar we mee bezig zijn. Dat laat ik kinderen zelf vertellen. Ik wil dat ze hier bewust met hun problemen aan de slag zijn. Hoewel het dus geen extra gymles is, komen kinderen er wel met minstens zoveel plezier naartoe. Kinderen houden van bewegen!

En van individuele aandacht natuurlijk. Is jouw Praatgym eigenlijk altijd individueel of geef je het ook in groepen?

Tot nu toe heb ik alleen individuele trajecten gedaan. Het moet net zo uitkomen dat de hulpvraag van aangemelde kinderen bij elkaar aansluit. Een groep geeft wel extra oefenmogelijkheden bij hulpvragen zoals voor jezelf opkomen en samenwerken, dus dat ga ik in de toekomst zeker doen. Nu laat ik leerlingen soms een vriendje meenemen om realistischer oefensituaties te creëren. Veel problemen spelen zich immers tussen kinderen onderling af. Een jongetje dat ik in therapie heb moet onder andere leren om meer stemvolume te gebruiken. Als volwassene ben ik dan gauw geneigd om hem te helpen. Zijn vriendje reageert gewoon niet als hij niet duidelijk genoeg praat.

Wat is de verhouding praten en gymmen ongeveer?

Dat is lastig te zeggen. We praten ook tijdens het bewegen, dus er is overlap. Ik denk ongeveer 60-40 in het ‘voordeel’ van bewegen. Bijvoorbeeld het lopen van een parcourtje leent zich goed voor een gesprek.

Hoe weet je welke oefening geschikt is voor een kind?

Dat is een mix van kennis vanuit de opleiding, ervaring en gewoon proberen. In een veilige setting waarin je elkaar kent kun je best wat experimenteren. Het ene kind heeft een boksbal nodig om zijn woede te kunnen uiten, het andere laat ik geblinddoekt onder begeleiding een parcours met hindernissen lopen om te leren vertrouwen op anderen en jezelf.  Het is niet erg als er heftige emoties loskomen, dat kan juist helpen om zaken bespreekbaar te maken zodat je dichter bij je persoonlijke doel komt. Wel sluiten we de therapie altijd goed af, zodat een kind zonder problemen weer de klas in kan.

Ik las dat je de kinderen een wekelijkse sessie van 45 minuten aanbiedt, en dat maximaal veertien keer. Is daarmee het optimale effect bereikt?

Het is natuurlijk maatwerk en niet alle problemen zijn na veertien keer weg. Belangrijk is dat kinderen bepaalde vaardigheden ook buiten de therapie oefenen. Ik geef ze daarvoor handvatten mee en onderhoud regelmatig contact met ouders. Sommige oefeningen kunnen ze thuis ook doen, bijvoorbeeld lopen met een bal tussen twee ruggen in, een samenwerkingsoefening. Ik vraag in de therapie dan terug naar hoe dat afgelopen week gegaan is.

Komt het ook wel eens voor dat je een behandeling voortijdig moet stoppen omdat het niet werkt?

Ja, dat komt voor. Soms is de problematiek te complex en mijn mogelijkheden te beperkt. Momenteel heb ik een jongetje in behandeling dat het tijdens de Praatgym hartstikke goed doet, maar in de klas zoveel woedeuitbarstingen heeft, dat er wellicht toch een intensiever behandelaanbod moet komen voor hem. Daar probeer ik de ouders zo goed mogelijk in te adviseren.

Tot slot... wat als je moest kiezen tussen gymjuf en praatgymjuf?

Lastig, de combi is juist zo leuk. Dan zou ik toch voor Praatgym gaan, maar dan bijvoorbeeld drie dagen in de week. …en die andere twee gymjuf, mag dat?

 

Rianne van Driel is 30 jaar oud. Ze is geboren in ’t Harde, maar woont inmiddels al tien jaar in Zwolle. Daar heeft ze de CALO gevolgd. Sinds 2008 werkt ze als gymleerkracht op de Verschoorschool in Nunspeet, een cluster 4-school voor kinderen met psychiatrische problemen. Onlangs is ze vanuit haar vertrouwde gymzaal een eigen praktijk begonnen op de vrijdag: Praatgym. Leerlingen van de Verschoorschool krijgen voorrang, maar als er geen wachtlijst is, is er ook plek voor kinderen van buiten. Op de eigen school of op de Verschoorschool, dat kan allebei.